Wat regelt het wetsvoorstel over verzuim in het mbo?
Vier nieuwe verplichtingen voor mbo-instellingen rond verzuimbeleid, registratie en signalering
5 oktober 2026
5 minuten

Schoolverzuim staat al langere tijd hoog op de beleidsagenda. De overheid wil verzuim sneller signaleren en beter inzicht krijgen in patronen van afwezigheid. Het wetsvoorstel Wet terugdringen schoolverzuim vertaalt deze ambitie naar nieuwe verplichtingen voor scholen en mbo-instellingen. Wat verandert er precies voor het mbo en welke gevolgen kunnen deze maatregelen hebben voor de praktijk?
Het wetsvoorstel Wet terugdringen schoolverzuim bevat vier maatregelen die rechtstreeks van belang zijn voor mbo-instellingen. Het gaat om nadere eisen aan het verzuimbeleid en de verzuimregistratie, de aanlevering van geaggregeerde verzuimgegevens en de mogelijkheid om bij zorgelijk verzuim eerder een signaal te geven aan de leerplichtambtenaar. In dit artikel lichten we deze maatregelen nader toe.
1. Voorschriften voor het verzuimbeleid
Mbo-instellingen moeten al een verzuimbeleid opnemen in het studentenstatuut. Het wetsvoorstel verandert dat uitgangspunt niet, maar stelt wel nadere eisen aan de inhoud van dit beleid. Daarmee wordt duidelijker welke onderwerpen instellingen moeten beschrijven en op welke punten zij hun aanpak van verzuim moeten vastleggen.
Het verzuimbeleid moet in ieder geval beschrijven:
- hoe de instelling de aanwezigheid van studenten bevordert en langdurig verzuim en voortijdige uitschrijving probeert te voorkomen;
- hoe de instelling handelt nadat verzuim is geconstateerd;
- welke omstandigheden kunnen leiden tot een melding of signaal van zorgelijk verzuim;
- hoe de oorzaken van verzuim worden geanalyseerd;
- hoe taken en verantwoordelijkheden binnen de instelling zijn verdeeld;
- hoe de instelling samenwerkt met de gemeente en andere betrokken partijen;
- hoe het verzuimbeleid wordt gemonitord en geëvalueerd.
Met het wetsvoorstel wordt voorgeschreven welke onderdelen in ieder geval in het verzuimbeleid moeten zijn opgenomen. Daarbij gaat het onder meer om het voorkomen van verzuim, de analyse van verzuimoorzaken, de taakverdeling binnen de instelling en de samenwerking met gemeenten en andere betrokken partijen. Ook moet het beleid beschrijven welke omstandigheden kunnen leiden tot een melding of signaal van zorgelijk verzuim. Voor een dergelijk signaal gelden afzonderlijke regels, die alleen van toepassing zijn op leer- en kwalificatieplichtige studenten en de doelgroep van het Doorstroompunt.
Het verzuimbeleid blijft onderdeel van het studentenstatuut. Dat betekent dat de studentenraad instemmingsrecht houdt op eventuele wijzigingen in het beleid.
Voor mbo-instellingen verandert niet de verplichting om een verzuimbeleid te hebben, maar wel de mate waarin de inhoud daarvan wettelijk wordt voorgeschreven. Het wetsvoorstel benoemt expliciet welke onderwerpen in ieder geval in het verzuimbeleid moeten worden opgenomen.
2. Registratie van verzuim
Het wetsvoorstel bepaalt expliciet dat mbo-instellingen het verzuim van studenten moeten registreren. In de praktijk is een verzuimregistratie al nodig om aan verschillende wettelijke verplichtingen te voldoen. De registratieplicht volgt daarmee niet uit een geheel nieuwe verplichting, maar wordt met dit wetsvoorstel uitdrukkelijk in de wet vastgelegd.
Deze verplichting geldt voor studenten van alle leeftijden. De wijze waarop het verzuim wordt geregistreerd, kan wel verschillen per doelgroep. Voor leer- en kwalificatieplichtige studenten stelt het wetsvoorstel aanvullende eisen aan de registratie.
Voor deze groep moet onderscheid worden gemaakt tussen:
- geoorloofd verzuim: afwezigheid met een geldige reden;
- ongeoorloofd verzuim: afwezigheid zonder geldige reden.
Bij geoorloofd verzuim moet uit de registratie ook blijken op welke geldige reden de afwezigheid is gebaseerd. Het wetsvoorstel schrijft daarbij niet voor welke afzonderlijke categorieën instellingen moeten gebruiken. Anders gezegd: er komen geen landelijke categorieën voor verschillende absentieredenen.
De voorgestelde regels schrijven daarmee niet alleen voor dát verzuim wordt geregistreerd, maar ook welke informatie voor leer- en kwalificatieplichtige studenten uit die registratie moet blijken. Instellingen behouden ruimte om hun eigen registratiesystemen in te richten, zolang zij kunnen vastleggen of sprake is van geoorloofd of ongeoorloofd verzuim en, bij geoorloofd verzuim, op welke grond de afwezigheid berust.

3. Aanlevering van geaggregeerde verzuimgegevens
Het wetsvoorstel verplicht mbo-instellingen om voor leer- en kwalificatieplichtige studenten gegevens over geoorloofd en ongeoorloofd verzuim op geaggregeerd niveau aan DUO aan te leveren. Het gaat daarbij om aantallen en niet om gegevens van individuele studenten. DUO kan deze informatie vervolgens beschikbaar stellen aan gemeenten, voor zover zij deze nodig hebben voor de uitvoering van hun wettelijke taken.
Met deze gegevens wil de wetgever meer inzicht krijgen in de omvang van verzuim en in ontwikkelingen en patronen op instellings-, gemeentelijk en landelijk niveau. Anders dan bij een verzuimmelding gaat het hier niet om het volgen van individuele studenten, maar om informatie die gebruikt kan worden voor monitoring en beleidsontwikkeling.
De precieze wijze waarop de gegevens moeten worden aangeleverd en uitgesplitst, wordt uitgewerkt in lagere regelgeving.
Deze informatievoorziening is nieuw ten opzichte van de huidige situatie, waarin gegevens over verzuim vooral beschikbaar komen via de jaarlijkse leerplichttellingen.
Bij de gegevens die DUO aan gemeenten verstrekt, moet herleidbaarheid tot individuele studenten zijn uitgesloten. Daarom worden bij kleine aantallen geen exacte cijfers gedeeld. In de memorie van toelichting wordt als richtlijn genoemd dat geen exact aantal wordt verstrekt wanneer een categorie minder dan vijf studenten omvat.
4. Eerder signaleren van zorgelijk verzuim
Voor leer- en kwalificatieplichtige studenten geldt een verplichte melding wanneer zij zestien uur ongeoorloofd verzuimen binnen vier opeenvolgende lesweken. Het wetsvoorstel biedt mbo-instellingen daarnaast een expliciete wettelijke grondslag om al vóór deze meldgrens een signaal te geven aan de leerplichtambtenaar.
Het moet dan gaan om zorgelijk verzuim. Daarvan kan bijvoorbeeld sprake zijn bij structureel te laat komen of herhaald kortdurend ongeoorloofd verzuim. Het wetsvoorstel introduceert hiervoor geen vaste landelijke criteria. De instelling bepaalt zelf welke omstandigheden zij als zorgelijk aanmerkt en legt deze vast in het verzuimbeleid. Alleen als deze criteria daarin zijn opgenomen, kan de instelling op basis van deze regeling een eerder signaal geven.
Of daarvan sprake kan zijn, hangt af van de omstandigheden die de instelling in het verzuimbeleid heeft aangemerkt als zorgelijk verzuim.
Voor de doelgroep van het Doorstroompunt geldt een andere systematiek. Ongeoorloofde afwezigheid van ten minste vier aaneengesloten weken moet via DUO worden gemeld. Een instelling kan hiervoor een kortere periode vaststellen. Als de instelling daarvoor kiest, moet ook deze termijn in het verzuimbeleid worden vastgelegd.
Gerelateerde link

Actueel
KLIMmbo © Copyright 2026