Schoolkosten in het mbo

Studenten in het mbo kunnen te maken krijgen met opleidingskosten. Landelijk zijn afspraken gemaakt over welke kosten voor rekening van de student zijn en welke voorzieningen de mbo-school beschikbaar moet stellen.
Welke regels gelden voor schoolkosten?
In mei 2026 zijn de afspraken over schoolkosten door het Ministerie van OCW, JOBmbo en de MBO Raad opnieuw geformuleerd en vastgelegd in de Basisregels schoolkosten mbo. De regels beschrijven welke zaken de mbo-scholen moeten bekostigen, welke kosten voor rekening van de student komen en welke bedragen vrijwillig zijn. Het uitgangspunt is dat studenten niet hoeven te betalen voor voorzieningen die noodzakelijk zijn om onderwijs te volgen, examens af te leggen en een diploma te behalen. De school zorgt dus voor examens, praktijkmaterialen en alle andere voorzieningen die onderdeel zijn van het onderwijs.
Het wettelijk lesgeld (voor bol-studenten van achttien jaar en ouder) of cursusgeld (voor bbl-studenten) is de enige verplichte bijdrage die van studenten gevraagd mag worden. De hoogte hiervan wordt jaarlijks vastgesteld door de overheid.
Wat betekent dit voor het mbo?
Mbo-scholen zorgen voor de basisuitrusting die nodig is om het onderwijs te volgen en de examens te kunnen doen. Studenten zijn verantwoordelijk voor onderwijsbenodigdheden voor persoonlijk gebruik, zoals boeken, een laptop of werkkleding.
Mbo-scholen informeren studenten voorafgaand aan de studie over de schoolkosten. Zij mogen functionele eisen stellen aan deze onderwijsbenodigdheden, maar kunnen geen specifiek merk verplicht stellen. Studenten behouden dus keuzevrijheid in hoe en waar zij deze middelen aanschaffen.
De school mag voor extra diensten en activiteiten een vrijwillige bijdrage vragen. Studenten en ouders bepalen zelf of zij willen betalen om van deze diensten of activiteiten gebruik te maken. Ze zijn niet nodig om de opleiding te kunnen volgen of het diploma te behalen. Deelname aan extra activiteiten of het gebruik van extra faciliteiten is altijd vrijwillig.

Voorbeelden uit de praktijk
Aanvullende activiteiten
Activiteiten die niet noodzakelijk zijn om de opleiding te volgen, de leerdoelen te behalen of het diploma te verkrijgen. Ze vallen buiten het verplichte onderwijsprogramma en zijn bedoeld als verrijking of extra ervaring.
Voorbeelden van aanvullende activiteiten
Een meerdaagse excursie of studiereis, een facultatief bedrijfsbezoek, een extra workshop of gastles buiten het reguliere programma, deelname aan een wedstrijd of conferentie etc.
Belangrijk!
- Deelname is vrijwillig.
- Niet deelnemen mag geen gevolgen hebben voor studievoortgang, beoordeling of diplomering.
- Is een activiteit noodzakelijk voor het behalen van leerdoelen of examenonderdelen? Dan mag daarvoor geen vrijwillige bijdrage worden gevraagd.
Extra faciliteiten
Voorzieningen die niet noodzakelijk zijn om het onderwijs te volgen; het onderwijs comfortabeler, aantrekkelijker of uitgebreider maken, boven de basisuitrusting van de school uitgaan.
Voorbeelden van extra faciliteiten
Een uitgebreid sportaanbod of fitnessabonnement, gebruik van luxe of aanvullende software die niet nodig is voor de opleiding, extra print- of kopieertegoed boven het noodzakelijke niveau, een kluisje, parkeerfaciliteit, of deelname aan een plusprogramma of honours-traject dat niet verplicht is.
Belangrijk!
- Gebruik van extra faciliteiten is vrijwillig.
- Niet betalen mag geen gevolgen hebben voor deelname aan onderwijs of examinering.
- De school moet altijd zorgen voor een toereikende basisvoorziening zonder aanvullende kosten voor studenten.
Tegemoetkoming in de kosten
Mbo-studenten jonger dan 18 jaar krijgen via hun school een tegemoetkoming voor verplichte leermiddelen. Verplichte leermiddelen zijn schoolboeken, software en licenties. In de studiejaren 2026-2027, 2027-2028 en 2028-2029 is de tegemoetkoming €80.
Studenten onder de 18 jaar die een bol-opleiding volgen en onvoldoende geld hebben om leermiddelen aan te schaffen, kunnen een beroep doen op het MBO Studentenfonds.
Meer weten?
KLIMmbo © Copyright 2026
